Het VriendenLoterij Fonds en sociale kunst
Het VriendenLoterij Fonds ondersteunt kunst- en cultuurprojecten die radicale verbeelding inzetten om te laten zien dat een andere wereld mogelijk is. Een wereld waarin ruimte is voor een veelheid aan perspectieven, stemmen en verhalen. Waarin op een horizontale, gelijkwaardige en inclusieve manier wordt samengewerkt om zo onbetwiste en dominante waarheden te bevragen. Deze sociale kunstpraktijken laten zich niet gemakkelijk in een hokje plaatsen en kennen veel verschillende aanduidingen, verschijningsvormen en toepassingen. In dit onderzoek wordt de term ‘sociale kunst’ gebruikt, maar ook de termen ‘participatieve kunst’ en ‘social practice’ worden gebruikt. De belangrijkste constante is de brug die wordt geslagen tussen kunst en de samenleving. Door middel van een artistiek proces binnen een specifieke context wordt door kunstenaars samen gewerkt met niet-kunstenaars. De keuze om met een bepaalde groep participanten te werken hangt af van het thema dat het project aansnijdt. Hoewel het geen doel op zich is om een maatschappelijk probleem op te lossen, maakt het deze wel zichtbaar: het legt urgenties bloot die leven in het sociaal-maatschappelijke weefsel van een groep deelnemers of plek. Participatie leidt in veel gevallen tot versterkte onderlinge verbindingen en kan ingesleten verhoudingen los masseren binnen de groep of tussen de groep en de samenleving. De mate waarin de artistieke uitkomst van het project van belang is verschilt sterk, maar kan zowel als een motor voor het participatieve proces fungeren als een einddoel op zich zijn. Voor de kunstenaar betekent deze manier van werken dat er anders nagedacht moet worden over de invulling van het kunstenaarschap en er andere capaciteiten en vaardigheden vereist zijn om het project te verwezenlijken.
Sinds de jaren ’70 zijn kunstenaars steeds meer op zoek gegaan naar verbinding met de wereld om hen heen en rond de eeuwwisseling werd deze sociale wending door Claire Bischop (2006) aangeduid als de ‘social turn’, of ‘collaborative turn’ in de kunst. In ‘Relational Aesthetics’ (1998) beschrijft Nicolas Bourriaud hoe deze kunstvorm menselijke interactie en de sociale context centraal stelt. Grant Kester stelt in Conversation Pieces (2004) dat sociaal geëngageerde kunst bij kan dragen aan sociale verandering. Hoewel sinds die jaren sociale kunstpraktijken zich steeds verder hebben ontwikkeld, schetst Sandra Trienekens (2020) in haar onderzoek naar de plek van sociale kunst in Nederland een kunstlandschap waarin de productie van autonome kunst en de individuele en persoonlijke gedrevenheid van de kunstenaar nog altijd centraal staan. Sociale kunst neemt daarmee in het kunstveld nog steeds een gemarginaliseerde en veelal geïnstrumentaliseerde positie in. Er is enerzijds te weinig interesse vanuit het kunstveld in de sociale en politieke dimensie die sociale kunst te bieden heeft. Anderzijds wordt sociale kunst juist omarmd door beleidsmakers en sociale professionals die haar enkel willen inzetten als middel dat “kan verbinden, diversiteit zichtbaar kan maken en bruggen kan bouwen”. (Trienekens & Postma, 2010, p.23) Dit resulteert aan beide kanten in een te beperkte blik, met “weinig ruimte voor het perspectief van de kunstenaar die voor collectief auteurschap kiest, voor het recht van mensen om niet alleen publiek te zijn, maar kunst te kunnen maken op hun eigen voorwaarden en voor het intersectorale, multidisciplinaire en multifunctionele karakter van participatieve kunst.” (Trienekens, 2020, p. 6)
Ondanks dat sociale kunstprojecten door de jaren heen een professionaliseringsslag hebben doorgemaakt blijven er fricties bestaan. Naast deze eenzijdige waardering vanuit de kunst- en systeemwereld zijn er ook inhoudelijke en procesmatige uitdagingen die aandacht vragen. Voor de makers zijn dat vragen als: Wie is er verantwoordelijk voor het (artistieke) resultaat? Hoe gaan we om met de vele verschillende rollen die vervuld moeten worden binnen het project? Welke ethische uitdagingen brengt deze manier van werken met zich mee in het werken met participanten? Wat laten we achter als het project voorbij is? Voor de financiering spelen andere vragen: Hoe beoordelen we de kwaliteit van zowel de artistieke en sociale aspecten van het project? Hoe past deze veelzijdige vorm van werken in de bestaande criteria en hokjes van financiering?
Frictie en falen: ruimte voor liminaliteit
Als uitgangspunt voor dit onderzoek wordt sociale kunst bekeken door een lens van ‘frictie en falen’. Juist voor financierders zoals het VriendenLoterij Fonds is het belangrijk kunstenaars ruimte te bieden de onzekerheden en uitdagingen van hun sociale kunstpraktijk te delen. Juist omdat er frictie mag zijn en er gefaald mag worden, omdat de omgang met uitdagingen, onzekerheden en het nog-niet-weten het vermogen laat zien om in te spelen op de huidige context en tijdsgeest waarin veel vaste zekerheden en waarheden lijken te wankelen.
Frictie is veelzijdig: ze beschrijft tegenovergestelde krachten die elkaar raken, hoewel dat niet altijd op een aanwijsbaar punt is. Frictie is niet statisch, maar een proces waar doorheen bewogen wordt. Die nadruk op het proces sluit aan bij sociale kunstpraktijken die zich constant en bewust begeven in het ontwikkelen, ontmoeten, aftasten en onderzoeken. Frictie die kunstenaars ervaren kan ontstaan tussen het haalbare en het gedroomde, proces en resultaat, beloftes en teleurstellingen. Tussen wilskracht voelen en overspoeld raken, tussen grote ontwikkelingen in de wereld en kleine, betekenisvolle momenten van ontmoeting die plaatsvinden in het alledaagse. De initiatieven spelen in op lokale, specifieke contexten, maar zijn ook altijd verbonden met grote globale ontwikkelingen. Antropoloog Anna Tsing (2005) schrijft in haar analyse van mondiale connectie dat juist frictie de verbinding toont tussen verschillen. Globale processen zijn geen universele waarheden, maar veroorzaken op elk lokaal punt, in contact met een lokale context, een specifieke frictie. Daar, in het ongemakkelijke, ongelijke, oneerlijke en onstabiele komen we elkaar tegen en wordt onze verwevenheid voelbaar. Daar waar we elkaar raken, kunnen we elkaar ontmoeten.
Dit onderzoek reflecteert ook op vormen van falen in sociale kunst. Auteur Tony Morrison (NEA Arts 2014) beschrijft hoe mislukkingen niet meer zijn dan informatie over wat niet werkt. In het maakproces zit altijd een liminale fase van nog-niet-weten, van trial and error, van risico en experiment. Onderzoek naar creatieve maakprocessen laat zien dat er bovendien in elke fase de mogelijkheid bestaat tot het verbannen van het werk. Het behelst een delicaat herhalend proces van actie en reactie tussen de maker(s) en het te maken kunstwerk: “The artist must manage a delicate balance among suggestions for the work, knowing the outcome of artmaking activities, and discovering outcomes” aldus Mace en Ward (2002). Het idee van falen hangt sterk samen met verwachtingen over het eindresultaat. Niet zozeer wat er fout ging, maar hoe je je daartoe verhoudt doet er toe. Wanneer iets niet lukt moet je jezelf opnieuw uitvinden, je zult je perspectief moeten bevragen, het startpunt omgooien, of de kern van je werk opnieuw bekijken.
Het VriendenLoterij Fonds is een belangrijke speler voor de financiering van sociale kunst, zeker nu het gat zichtbaar is geworden dat de bezuinigingen van de rijksoverheid voor de culturele sector heeft achtergelaten. De grote verscheidenheid in vorm, schaal en tijdsduur maakt dat de financiële behoeften van de creatieve partners uiteenlopen. Om hen de kans te geven hun praktijk ten volle uit te voeren, te verdiepen en de beoogde impact te behalen, vraagt sociale kunst om een andere benadering van financiering. In plaats van te verlangen dat zij binnen de bestaande hokjes passen moet er meer ruimte komen voor de liminaliteit van het proces: voor fluïde, organische en onvoorspelbare vormen, voor frictie en falen.
Het landschap
De bevindingen van dit onderzoek zijn vastgelegd in het ‘Landschap tussen Frictie en Falen’. Een landschap heeft per definitie geen helder begin en eind punt, maar loopt van het één over in het andere. De elementen in een landschap zijn met elkaar verbonden en vergroeid. Hetzelfde geldt voor participatieve kunst, die vaak een doorgaande beweging vormt, waarbinnen het ene project doorstroomt in een idee voor het volgende, deelnemers op steeds nieuwe manieren betrokken zijn, en kunstenaars gaande weg nieuwe vormen en perspectieven vinden. Via tekeningen en verhalen verzameld bij vijf partners die ondersteuning ontvangen van het VriendenLoterij Fonds, kruipen we dichter in het weefsel dat kunst en samenleving met elkaar verbindt, en de veelzijdige uitingen en uitdagingen die daarin een plek hebben.
Het landschap is ingedeeld op basis van vier kenmerkende aspecten, zoals die zijn opgesteld in het ‘Manifest voor participatieve kunstpraktijken’ van Hillaert en Trienekens (2015):
- Contextueel – kunstenaars doen artistiek onderzoek naar een (politiek-)maatschappelijk vraagstuk en sluiten daarbij aan op een – eventueel latente – urgentie bij burgers om daar zelf grip op te krijgen.
- Artistiek – de regie ligt bij een kunstenaar die zich persoonlijk committeert en vakkundig stuurt op verbeeldingskracht, samenwerkingskracht, vormkracht en esthetiek.
- Participatief – het maakproces betrekt burgers en relevante partijen rond een (politiek-) maatschappelijke bekommernis en creëert speelruimte voor een (experimentele) herbemiddeling van onderlinge relaties en beelden.
- Transformatief – het beoogde resultaat is een uitdagende artistieke productie, voor een breed publiek, die een kritische reflectie bevat en aanleiding geeft tot nieuwe (handelings)perspectieven.
In een reis langs vijf praktijkvoorbeelden worden elk van de aspecten uitgelicht. Dit digitale platform geeft toegang tot het onderzoek, dat is uitgevoerd door kunstenaar-antropoloog Kyra Sacks. Ze bezocht daarvoor tussen september 2024 en maart 2025 de verschillende partners tijdens hun werksessies, repetities en bijeenkomsten, verzamelde inzichten middels interviews, gesprekken en schetsen, die ze verwerkte in een interactief landschap. Deze website is ontwikkeld door Yannick Gregoire en Eveleen Hamers